Sociaal ontwerpen, een interview met Lien De Coster

Dit artikel verscheen in juni 2017 in nummer 7 van Permacultuur Magazine.

Dit artikel is ook als pdf te downloaden.





Leestijd: ongeveer zes minuten

Lien De Coster geeft cursussen en workshops over sociale permacultuur (leavesoflien.com). Zij vertaalde het boek People & Permaculture van Looby Macnamara en bewerkte het naar een Nederlands/Vlaamse context. Deze versie komt uit in september met als titel Overvloed weven.

Foto: Marit Kaemingk

Lien is ten tijde van het interview voor een aantal maanden in het noorden van Zweden en Noorwegen. Ze is in Sápmi, het gebied waar de Samen of Sami wonen. De Samen zijn het laatste volk op ons continent dat nog deels nomadisch leeft. De meerderheid leidt een modern leven, een minderheid leeft zoals van oudsher van het hoeden van rendieren. Lien is op deze plek om poëzie te schrijven voor een kunstproject. Tegelijkertijd zoekt zij er elementen van permanente cultuur. Ik ben benieuwd hoe Lien aankijkt tegen het ontwerpen van deze permanente cultuur en dan met name het sociale aspect ervan.

Lien, wat is jouw omschrijving van sociale permacultuur?

Sociale permacultuur is een term die de lading eigenlijk niet dekt. Permacultuur staat in België en Nederland vooral bekend om toepassingen op het land, zoals bijvoorbeeld in voedselbossen. Sociale permacultuur slaat dan op het gebruik van permacultuur in andere levensgebieden. Dat kan in de sociale zin zijn en gaan over je relatie met andere mensen, zoals wanneer je permacultuur toepast in je team of organisatie. Maar het gaat over veel meer: van je innerlijk landschap - er zijn coaches die werken op basis van de permacultuurprincipes - tot op maatschappelijke en globale schaal.

Eigenlijk geeft het woord ‘permacultuur’ het zelf aan; oorspronkelijk werd dit vooral gehoord als permanent agriculture terwijl nu de focus steeds meer ligt op permanent culture. Dit is levensomvattend, permacultuur is aanwezig in onze tuin en dringt tegelijkertijd door in alle gaten en holen van ons leven. 'Permanent' wordt dan niet gebruikt als in statisch en onveranderlijk - want eigen aan cultuur is dat het steeds in verandering is, zoals taal en het leven zelf - maar permanent in de zin van: hoe kunnen wij vandaag leven op een manier die ook nog werkt voor de generaties na ons?

Ik vind dat een enorm fascinerende vraag aangezien we daar als mensheid enerzijds op veel vlakken ernstig uit de bocht gaan en er anderzijds ongezien veel creativiteit en alternatieven zichtbaar worden. Een dergelijke perma-cultuur gaat niet enkel over groene thema's als pakweg duurzame energie, maar evenzeer over culturele praktijken van peacemaking en verbindende communicatie. Dat zijn hoogst relevante vaardigheden, bijvoorbeeld bij de integratie van vluchtelingen. Hoe doen we dat op een ethische manier?

De kern van permacultuur is de ethiek, die bestaat uit drie onlosmakelijke delen: zorg voor de Aarde, zorg voor de mens en eerlijk delen. In die zin maakt het sociale altijd deel uit van permacultuur.

Wordt er volgens jou bij het ontwerpen en uitvoeren van permacultuurprojecten voldoende bewuste aandacht geschonken aan de sociale aspecten?

Hier valt nog veel winst te halen. Het sociale aspect is vaak waar een project mee staat of valt.

Dat zie je in veel gemeenschapstuinen of ecodorpen. Als je niet voldoende aandacht aan menselijke relaties geeft, red je het vaak niet. Dan kan je wel mooi ontwerpen waar de wortels en waar de boerenkool komen en hoeveel je ervan nodig hebt, als je niet weet hoe te communiceren of aandacht te besteden aan wat er speelt in een groep, kan het een behoorlijke uitdaging worden. Menselijke ecosystemen verdienen meer aandacht.

Zo zie je dat het principe van duurzaam omgaan met – in dit geval menselijke – energie een heuse uitdaging is in de burn-outmaatschappij van vandaag. Hoe maak je een ontwerp waarbij iedereen energie kan opbouwen zodat er altijd voldoende menselijke energie en veerkracht in je project aanwezig is, ook als er mensen tijdelijk wat minder energie hebben?

Dat onderwerp is nog vaak een taboe, ook in de permacultuurwereld. Ik zie af en toe gedreven mensen met goesting om positieve verandering in gang te zetten, maar die zich verslikken in het pionieren of kartrekken.

Soms wordt het sociale aspect als soft of onnodig afgedaan. Dat is jammer want elk ontwerp is gebaat bij het integreren en benoemen ervan, of het nu gaat over een balkontuin of het ontwikkelen van een alternatief onderwijssysteem.

Ik denk dat er veel overvloed te scheppen valt door het sociale meer te vervlechten in ontwerpcursussen, als inhoudelijk thema en als geleefde ervaring door de manier waarop een cursus samen wordt gecreëerd.

Ik besteed bij het begin van een cursus bijvoorbeeld graag aandacht aan de groepscultuur: hoe willen wij samen zijn en leren? Door dit bij de start expliciet te maken, heb je iets om op terug te vallen op momenten van wrijving en creëer je de kans om te spelen met het geven en ontvangen van positieve en opbouwende feedback.

Verder zijn permaculturisten vaak bezorgd over wat er gaande is in de wereld. Ze werken systemisch, bijvoorbeeld rond het veranderen van eetpatronen, transport en andere processen van transitie. Dit brengt emoties met zich mee. Als die er mogen zijn, brengt dat diepgang in een ontwerp en meer effectiviteit in de uitvoering ervan. Plus het schept gemeenschap.

Denk je dat het mogelijk is om een ontwerp te maken met behulp van de twaalf permacultuurontwerpprincipes van Holmgren voor het bouwen aan duurzame gemeenschappen?

Zeker. Vrienden van mij in Vlaanderen zijn op dit moment hun samenhuisproject op die basis vorm aan het geven. Ze hebben de bredere permacultuurgemeenschap om hen heen uitgenodigd om samen te zitten voor een ontwerpsessie. Zo integreren ze meteen het principe van randen, namelijk hoe ze willen omgaan met hun al dan niet directe buren of welke rol ze in de maatschappij willen opnemen.

In het boek People & Permaculture (Nederlandse vertaling: Overvloed weven) van Looby Macnamara komt het ontwerpweb aan bod, een non-lineair model voor het ontwerpen van menselijke systemen zoals gemeenschappen. Een van de ankerpunten bestaat uit de ontwerpprincipes. Je kan er spelenderwijs mee aan de slag gaan en je laten verrassen door elk van de twaalf. Wat zie je als je door de lens van een principe kijkt? Het principe van diversiteit bijvoorbeeld kan duidelijk maken dat je graag verschillende generaties in je gemeenschap wil of het fijn vindt om verschillende talen te spreken in de groep.

De ontwerpprincipes komen stuk voor stuk vanuit diepe observatie van de natuur. Je kan biomimicry toepassen en je afvragen hoe de natuur iets doet, in dit geval hoe succesvolle gemeenschappen eruit zien in de natuur. Hoe schep je bijvoorbeeld korte feedbackloops zodat kleine ergernissen snel uitgesproken kunnen worden en je samenzijn niet gaan eroderen? Er wordt gezegd dat je, wanneer je een stuk land koopt, ideaal gezien een jaar thee drinkt en observeert. Op dezelfde manier geeft het je gemeenschap een stevige basis als je van bij de start helder hebt vanuit welke waarden je wilt samenleven en welke functies de plek heeft naast wonen. Dan kan je samen overvloed weven en de eigenschappen van veerkracht en verbinding van het web in je dagelijks leven vervlechten.

Je kan zorgen voor opbrengst door te kijken naar de good practices van gemeenschappen die er al zijn. Slechts een minderheid van intentionele gemeenschappen redt het langer dan twee jaar. Diegene die slagen, hebben een aantal gemeenschappelijke eigenschappen. Een uitgewerkte en uitgeschreven visie, een duidelijke procedure voor het aannemen van nieuwe bewoners, emotionele maturiteit en de wil om op een verbindende manier te communiceren, zijn er enkele. Tegelijk moet een ontwerp niet te rigide worden. Het menu is niet wat je eet. Je gemeenschap komt al levend tot stand.

Het uitwerken van de ontwerpprincipes is dus een goed begin. Maar veel staat of valt met de communicatie hierover. Zoals je in een permacultuurtuin samenwerkt met de natuur, moeten we in menselijke gemeenschappen, denk ik, samenwerken met de menselijke natuur. Hebben we dan voldoende aan de permacultuurontwerpprincipes?

De principes en de ethiek zijn, samen met het ontwerpkader, een leidraad. Er is geen toverformule voor een succesvolle gemeenschap, maar de kans om te komen waar je wil zijn, is groter als je weet waar je heen wil.

Niemand in je groep zal zeggen “ik wil respectloos samenleven”. Wel kunnen er heel verschillende invullingen aan respect gegeven worden. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid als pijler van je gemeenschap of de grens tussen privacy en samen. Hoe ziet dat eruit in de dagelijkse realiteit? Dat helder hebben, vermijdt een stuk valse verwachtingen, teleurstellingen of frustraties.

Aan de menselijke natuur ontkom je inderdaad niet. Alle mogelijke dynamieken die tussen mensen kunnen spelen, zal je ook in je gemeenschap tegenkomen. Er zullen liefdesrelaties ontstaan, macht zal een rol spelen, er zullen wrijvingen zijn. Je kan in die zin geen utopie ontwerpen en dat hoeft ook niet. Wat je wel kan is peacemaking in je ontwerp meenemen zodat conflicten voorkomen worden en er een manier is afgesproken om ermee om te gaan op het moment dat ze zich toch voordoen. Veel gemeenschappen hebben bijvoorbeeld twee soorten bijeenkomsten: eentje waarin praktische zaken besproken worden en beslissingen genomen worden over het reilen en zeilen van de gemeenschap en eentje in de vorm van een deelcirkel of council waarin iedereen kan spreken en gehoord kan worden, waarin gedeeld wordt over de innerlijke wereld. Empathie voor jezelf en de ander is een goeie spier om te trainen in het gemeenschapsleven.

Nog een laatste vraag. Heb je tips voor de gemeenschap van permaculturisten in Nederland en Vlaanderen om te komen tot duurzame samenwerking die kan leiden tot een nieuwe ‘permanente cultuur’?

Allemaal het boek lezen en toepassen natuurlijk! Haha. In het boek komt een interessant begrip aan bod, namelijk je cirkel van invloed. Die staat tegenover onze cirkel van bezorgdheid waarin we kunnen vastlopen als we te veel bezig zijn met datgene waar we niks aan kunnen veranderen. In je cirkel van invloed maak je verschil en voeg je de daad bij het woord. De vraag die we ons als persoon en als beweging kunnen stellen is: wat is de volgende stap die ik kan zetten of die wij kunnen zetten om het grootst mogelijke effect te hebben?

Als individu maken we allemaal deel uit van verschillende culturen, zoals de werkcultuur, de cultuur bij je thuis, subculturen die samenhangen met gedeelde activiteiten of interesses. Op al die verschillende plaatsen kan je stappen zetten om te bouwen aan een meer permanente cultuur, bijvoorbeeld door ervoor te kiezen 's avonds samen te eten thuis zonder smartphones in de buurt, door een moment in te lassen om dankbaarheid te delen aan het begin van je werkdag, door de diversiteit in een groep te vieren. Als permaculturist weet je hoe je kan ontwerpen en heb je een toverdoos vol gereedschap ter beschikking. Als beweging zouden we op een permacultuurmanier kunnen samenkomen rond diezelfde vraag, bijvoorbeeld met een open space-bijeenkomst. Het zijn spannende tijden en we zijn hard nodig. Laten we de kans grijpen om meer overvloed te weven.